Beginpagina van Plantaardigheden.nl
 

Leesmaar.nl
Dodoens en andere bijzondere boeken

Sitemap
Index

Plantaardigheden.nl
Artikelen over planten

Leeswerk.nl
Plantenboeken opengelegd

1554 Cruijdeboeck met transcriptie (overgeschreven)
A | B | C | D | E | F | G| H | IJK | L | M | N | O | P | QR | S | T | U | V | WXYZ

Voorwerk Nederlandse, Duitse, Franse, apothekers-, Latijnse en Griekse namen

Deel 1

Deel 2

Deel 3

Deel 4

Deel 5 Cruyden, wortelen ende vruchten, diemen in die spijse ghebruyckt Planten Alfabetisch

Deel 6

Register van die cracht der Cruyden
 
Oude Nederlandse namen
* Project Dodoens
Woordenboek Nederlandsche Taal
Plantago PlantIndex
Letter: druk op CTRL, draai ook aan muiswiel
Bijgewerkt 30-04-2023

«  Cruijdeboeck deel 5 capitel 79, bladzijde 700-701  Zie volgende pagina »

Van wilden wijngaert.   Cap. lxxix.

Ampelopsis orientalis - Wilde wingerd - Wijngaert, wilde

  Noot: Dodoens onderscheidt twee soorten, zonder ze precies te benoemen. De ene (eerste) soort bloeit en brengt vruchten voort, maar deze blijven onrijp. Het "bloeyesel" van deze plant heet Oenanthe. Het sap uit de onrijpe vruchten heet Omphacium of Agresta (apothekersnaam), Veryus. De tweede soort geeft eetbare vruchten, Passulae de Corintho, Corinthen.

Vitis vinifera subsp. vinifera - Wijnstok (Wijndruif)

Ampelos agria, Vitis sylvestris, Labrusca, wilde Wijngaert

  • 1644 Vlaams: Wijngaert (Tammen)
  • 1616 Latijn: Vitis vinifera
  • 1554/1557: Corinthen, Passulae de Corintho, Raisin de Corinthe, Vigne cultivée, Vitis, Vitis vinifera, Weinreb, Wyngaert
of

Ampelos agria, Vitis sylvestris, Labrusca, wilde Wijngaert

  • 1644 Vlaams: Tamus, Wijngaert (Wilden)
  • 1616 Latijn: 658
  • 1554/1557: Agresta, Aigras, Labrusca, Oenanthe, Omphacium, Verius (= verjus), Vigne sauvage, Vitis sylvestris, Wyngaert (wilden)

Kijk eens

Informatie en verkrijgbaarheid op Plantago

op internet

of

Ampelopsis orientalis - Wilde wingerd

zie

Tgheslacht

[700]   Wilden wijngaert es tweederleye als Dioscorides scrijft/ die eene brenght bloeysel ende druyven voort/ maer die druyven en worden nemmermeer rijp. Die andere draeghen cleyne besiekens die tot rijpheyt comen.

Tfatsoen

Wilden wijngaert es van racken bladeren ende clauwieren den tammen Wijngaerde seer ghelijck. Dat een ende ierste gheslacht/ brenght bloeysel/ ende daer naer vruchten ghelijck oock den tammen Wijngaert/ maer die vruchten blijven onrijp/ ende en kunnen tot gheen rijpicheyt gheraken. Dat ander ende tweede gheslacht/ draecht cleyne druyfkens/ met cleyne besiekens. Ende dese druyfkens worden rijp/ ende worden ghedroocht ghelijck die groote Druyven. Ende daer af worden ghemaeckt cleyne rosijnkens diemen hier te lande Corinthen naempt.

Naem

Die Wilden wijngaert wordt gheheeten in Griecx Ampelos agria. In Latijn Vitis sylvestris ende Labrusca.

1   Dat speensel dat terstont naer die bloemen voortcoemt aen dat ierste gheslacht van Wilden wijngaert/ ende dijsghelijcx oock dat bloeysel wordt ghenaempt in Griecx Oinanthe/ ende in Latijn Oenanthe.

Tsap dat uut den onrijpen besien van desen Wijngaert ende dysghelijcx van alle onrijpe druyven zoo wel van den Tammen als van den Wilden gheperst wordt/ heet in Griecx ende in Latijn Omphacium. In die Apoteke Agresta. In Neerduytsch Veryus.

2   Die vrucht van dat tweede gheslacht wordt hier te lande in die Apoteken ghenaemt Passulae de Corintho/ ende in Duytsch Corinthen.

Natuere

Die bladeren rancxkens ende clauwierkens van den Wilden wijngaert sijn cout drooghe ende tsamen treckende van natueren/ ende dijsghelijcx oock dat speensel van dat ierste gheslacht/ ende dat Veryus. Die Corinthen sijn werm ende vochtich/ van natueren ende crachten den Rosynen niet seer onghelijck.

Cracht ende werckinghe

A   Die bladeren rancxkens ende dijsghelijcx oock die clauwierkens van den Wilden wijngaert/ sijn van crachten ende werckinghe ghelijck den bladeren rancxkens ende clauwierkens van den Tammen wijngaert/ ende sijn dienstelijck in alle saken daer die Tamme goet toe sijn.

B   Die bloemen ende dat speensel van dat ierste wildt gheslacht inghenomen stelpen den loop des buycx ende alle bloetganck.

C   Dat selve speensel van buyten op die maghe gheleyt/ beneempt die walginge/ ende dat opworpen van der selver. Tselve doet het oock alst inghenomen wordt.

D   Item dit speensel met azijn ende olie van Roosen vermenght versuet die pijne van den hoofde daer op ghegoten oft gheleyt/ ende es oock seer goet gheleyt op die quade

 

[701]   voortsetende sweringhen van den mannelijcken leden.

E   Het Veryus is van crachten ende werckinghe den speensel ende onrijpen wijndruyven niet onghelijck/ sonderlinghe alst ghedroocht ende ghepoedert wordt/ ende alzoo ghebruyckt/ ende es een seer goede medecijne voor die weecke ende verhitte maghen/ want het sterckt ende vercoelt die selve/ hoe ende in wat manieren dattet wordt inghenomen/ tzy in spijse oft andersins.

F   Van Veryus met suycker oft huenich wordt een syrope ghemaeckt/ die seer goet es tseghen den dorst in die heete cortsen ende tseghen alle walgingen/ brakinghen/ berueringhen van der maghen/ van heete geele cholerijcke vochticheden oorspronck nemende.

G   Die selve syrope es oock seer goet den bevruchten vrouwen ghebruyckt/ want sy maeckt huer goeden appetijt ende beneemt alle quade lusten/ ende diesghelijck oock dat walghen ende braken.

H   Die Corinthen sijn van crachten den Rosijnen niet seer onghelijck

Eynde des vijfste deels.

 

^Naar het begin van deze pagina