Noot: Dodoens geeft ook de volgende namen: Aconitum pardalianches,
Myoctonon, Thelyphonon. Deze namen behoren echter bij een andere plant,
Doronicum columnae. Vergelijk Cruijdeboeck deel 3, hoofdstuk 27. In de vertaling van Clusius,
uit 1557, wordt deze plant dan ook apart beschreven en afgebeeld.
Wolfsbesie heeft eenen ronden effenen steel ontrent een spanne hooch daer aen vier rondachtighe bladerkens wassen die cruyswijs tseghen een gheset sijn. Tusschen den welcken een schoon ghesternt bloemken wast in dmiddel van der welcke een purpurroot viercantich knopken voortcoemt dat een bruyn besie wordt. Die wortel es lanck en dun herwaerts ende derwaerts wassende.
Plaetse
Dit cruyt wast in sommighe donckere lomberachtighe bosschen als in Soenien bosch te Bruesel daert veel ghevonden wordt.
Tijt
Dit cruyt bloeyet in Aprill ende in Meye zoo es sijn vrucht rijp.
Naem
Dit cruyt wordt gheheeten in Griecx Aconitum Pardalianches, Myoctonon Thelyphonon ende Cammoron. In Latijn nu ter tijt Uva lupina, Uva versa. In Hoochduytsch Wolfsbeer Einbeer/ Dolwurtz. In Neerduytsch Wolfsbesie ende Dolwortel. In Franchois Raisin de Reguard.
Natuere
Aconitum es heet ende drooghe tot in den vierden graedt der menschelijcker natueren
Van dese cruyde scrijftmen dat zoo wanneer die scorpioenen dit cruyt ghenaken dat sy dan huer cracht heel verliesen ende onmachtich worden ende blijven/ tot dat zy die bladeren van witten Nieswortel ghenaeckt hebben daer duer die scorpioenen huer cracht wederom crijghen.
Hindernisse
Dit cruyt inghenomen doodet die menschen/ wolven/ sueghen ende alle wilde ende tamme beesten.