Beginpagina van Plantaardigheden.nl
 

Leesmaar.nl
Dodoens en andere bijzondere boeken

Sitemap
Index

Plantaardigheden.nl
Artikelen over planten

Leeswerk.nl
Plantenboeken opengelegd

Leesmaar.nl
Bladeren in online
1737 De Hortus Cliffortianus van Linnaeus
  Inleiding
  1. Voorwerk (Titelprent en titelpagina)
  2. Bibliotheca Botanica Cliffortiana (Overzicht van de boeken in George Cliffords huisbibliotheek)
  3. Overzicht van de door Linnaeus geraadpleegde auteurs
  4. Genera Foliorum (Bladvormen)
  5. Methodus plantarum in horto cliffortiano (Overzicht van de hoofdstuktitels)
    I Monandria
    II Diandria
    III Triandria
    IV Tetrandria
    V Pentandria
    VI Hexandria
    VII Heptandria
    VIII Octandria
    IX Enneandria
    X Decandria
    XI Dodecandria
    XII Icosandria
    XIII Polyandria
    XIV Didynamia
    XV Tetradynamia
    XVI Monadelphia
    XVII Diadelphia
    XVIII Polyadelphia
    XIX Syngenesia
    XX Gynandria
    XXI Monoecia
    XXII Dioecia
    XXIII Polygamia
    XXIV Cryptogamia
    XXV Vagae
    XXVI Appendix
  Addenda
  Index
  Ratio nominum genericorum receptorum
   
1736 Musa Cliffortiana
  1. Voorwerk
  2. Tekst
 

3. Nawerk

 
Meer gescande oude Nederlandse plantenboeken
Korte verklaring Middelnederlandse termen
 
Woordenboek Nederlandsche Taal
Plantago PlantIndex
     
Letter: druk op CTRL, draai ook aan muiswiel
Bijgewerkt 18-02-2015

1737 De Hortus Cliffortianus van Linnaeus

Rob van der Hoeden

Over de planten in de tuinen en kassen (in de 18e eeuw) van het nog steeds bestaande landgoed De Hartekamp te Bennebroek.

Inleiding

George Clifford

Vooral ook de natuurlijke historie was het, die toen [18e eeuw] door vele geleerde, en zelfs enkele waarlijk geniale mannen werd beoefend en wier ijver nog werd aangewakkerd door de belangstelling der patriciërs, die keurig verzorgde lusthoven te hunner beschikking hadden, waar de geheele plantenwereld, ook die van ver verwijderde werelddeelen, kon worden bestudeerd, en wier vorstelijke weelde op deze wijze der wetenschap ten goede kwam. Een dezer lusthoven is er wereldberoemd door geworden, de Hartekamp (onder Heemstede), de buitenplaats van George Clifford, in 1737 beschreven als de ‘Hortus Cliffortianus’ door Carolus Linnaeus den genialen Zweedschen geleerde, die er van 1736 tot 1738 naar hartelust planten mocht kweeken en bestudeeren, en gelegenheid had, na zijn ‘Systema naturae’ van 1735 ook in 1736 zijne ‘Fundamenta botanica’ te Leiden uit te geven, met welke omvangrijke werken hij, als een tweede Aristoteles op natuurhistorisch gebied, den nieuwen weg wees, dien de beoefenaars dezer wetenschap eene eeuw lang zouden blijven volgen." Aldus een citaat uit J. te Winkel: Ontwikkelingsgang der Nederlandse letterkunde, deel 5, hoofdstuk XXXVI. Natuurbeschouwing in de poezie (2e druk, 1924).

De Hartecamp

Aan de Herenweg in Heemstede bij Haarlem, de oude verbindingsweg tussen Leiden en Haarlem, bevonden zich in vroeger dagen verscheidene grote landgoederen. Daarvan zijn er nu nog vier over: Berkenrode, Ilpenrode, Huis te Manpad en De Hartekamp (in Bennebroek, onder Heemstede).

De naam Hartekamp bestaat sinds 1662, toen de rijke Amsterdamse koopman Hendrik van de Camp een boerenhofstede met de naam Thorenvliet kocht en de naam liet vervangen door Hartekamp, vermoedelijk odat er in dit gebied destijds herten leefden en omdat hij op deze manier zijn naam kon verbinden aan de buitenplaats. In de achttiende eeuw woonden er drie generaties van de Engelse familie Clifford in het landhuis De Hartekamp, dat al sinds 1640 in hun handen was. Het landhuis van de buitenplaats De Hartekamp bestaat nog steeds (het huidige pand dateert van 1730), de omvang van de tuinen is echter geringer doordat een stuk van het oorspronkelijke buiten bij de tegenwoordige Linnaeushof is getrokken.

George Clifford junior (1685-1760) maakte van De Hartekamp een van Europa's beroemdste tuinen. Hij was een rijke bankier en tevens directeur van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. George Clifford had grote belangstelling voor planten, tuinen en tuinaanleg en exotische dieren en op zijn initiatief werden de tuinen aanzienlijk uitgebreid. Hij voegde er een menagerie, volières en een orangerie aan toe en liet ook vier tropische kassen bouwen om er uitheemse planten te kunnen houden en kweken. Verder waren er nog een doolhof, een tuinpaviljoen, een grot en een fontein, alle getuigend van een grootse aanleg.
Carl von Linné - Linnaeus

In 1735 was Clifford op bezoek bij de beroemde botanicus Johannes Burman (1706-1779). In diens huis ontmoette hij de jonge Zweedse plantkundige Carl von Linné die in die tijd bij Burman werkte en woonde. Linné - de naderhand zo beroemd geworden bioloog Linnaeus - kwam Cliffords tuin bekijken en raakte onder de indruk van diens botanische kennis. De waardering was wederzijds. Clifford wilde Linnaeus heel graag in dienst nemen. Na enig aandringen kreeg hij Burman zover om Linnaeus te laten gaan, en zo kon Clifford Linnaeus aanstellen als privé-arts op De Hartekamp (Linnaeus studeerde ook medicijnen en had aan de universiteit van Harderwijk zijn doktersbul gekregen) en hem de zorg over de uitgebreide tuinen toevertrouwen. Voor Linnaeus was dit een buitenkansje, iets waar hij alleen in zijn stoutste dromen over had durven denken: de supervisie over de kassen en het catalogiseren en op naam brengen volgens zijn eigen systeem van alle planten in de tuinen en kassen van De Hartekamp. Ter herdenking van de 200ste geboortedag van Linnaeus werd op 23 september 1907 een bronzen borstbeeld in de tuin van De Hartekamp geplaatst.

Hortus Cliffortianus

Gedurende Linnaeus' verblijf op De Hartekamp (hij bleef er drie jaar, van 1735-1738) ontstond een belangrijk botanisch werk dat nog steeds grote waarde heeft voor moderne taxonomen en historici: de Hortus Cliffortianus, waarin veel nieuwe soorten werden beschreven - zowel van werkelijk daar groeiende planten als van specimina van gedrooge planten in de herbaria die Clifford had aangelegd.

De Hortus Cliffortianus - geschreven in het Latijn en in 1737 voltooid, maar pas in 1738 in druk verschenen - gaat dus over de tuinen van George Clifford. Het boek is geïllustreerd met 36 platen (2 bladen met bladvormen en 34 gedetailleerde gravures van planten) door Jan Wandelaar (1690-1759), naar tekeningen van Georg Dionysius Ehret (1708-1770), een van de beroemdste plantentekenaars uit die dagen. Ehret had tijdens een van z'n reizen Holland aangedaan en een paar van zijn schilderijen verkocht aan Clifford. Deze gaf hem vervolgens de opdracht de illustraties te tekenen die als modellen moesten dienen voor gravures in de naderhand te verschijnen Hortus Cliffortianus.

Het boek bevat ook een fraai uitgewerkte titelprent, eveneens een gravure van de hand van J. Wandelaar. Op deze titelplaat is onder andere een bananenplant te zien. Dat was destijds iets heel bijzonders: Linnaeus was de eerste die erin slaagde een bananenplant in een tropische kas tot bloei te brengen en vrucht te laten dragen! Hierover liet Linnaeus in 1736 een aparte monografie verschijnen: Musa Cliffortiana, waarin de banaan (Musa paradisiaca) wordt beschreven.

De Hortus Cliffortianus en Musa Cliffortiana zijn beide sinds september 2005 in hun geheel online te bekijken op de website van Kurt Stüber: http://www.biolib.de/, zie:

Meer informatie

Over George Clifford, Linnaeus en de Hortus Cliffortianus is meer te lezen op:

^Naar het begin van deze pagina